Het eilandgevoel van The Whitest Boy Alive
Een interview met de Duits/Noorse indie-veteranen

2026
Interview
DATE
The Whitest Boy Alive op een festivalaffiche: het is een zeldzaam verschijnsel geworden. Sinds hun break in 2014 worden de Duits/Noorse discopop-veteranen amper nog samen op een podium gezien. Maar dit jaar staan de sterren precies goed. Voor de twintigste verjaardag van debuutalbum Dreams laat de band oude tijden herleven, als een stel oude bandieten uit een film die besluiten nog één keer hun beruchte trucje uit te halen. De buit? Vijf zorgvuldig uitgekozen podia, waaronder Into The Great Wide Open.
‘Een parttime popster’ noemt een zongebruinde Marcin Öz zichzelf tegenwoordig. ‘De meeste mensen gaan op vakantie, ik neem vrij om op te treden’, lacht hij. Het bevalt hem wel. Op de hectische muziekscene was hij jaren geleden al uitgekeken. Tegenwoordig leeft hij volgens een mediterraan tempo in Siracusa, Sicilië. En zijn basgitaar? Die komt uitsluitend van zolder als er optredens op de planning staan. ‘Het is wel bijzonder hoe goed die nummers blijven hangen. Ik vergeet ze nooit meer, ik had ze al jaren niet gespeeld, maar als ik m’n bas er weer bij pak, schud ik ze zo…’ Voor Marcin zijn zin af kan maken, flitst een olijke Duitser het Zoomscherm binnen. Het is toetsenist Daniel Nentwig, live vanuit thuisbasis Berlijn. De twee begroeten elkaar enthousiast: ze hebben elkaar al niet meer gesproken sinds afgelopen maart, toen de band een handjevol shows speelde in Mexico en Colombia. ‘Spectaculair.’ Noemt Daniel het, als hij erop terugkijkt. ‘Ik weet niet precies hoe, maar alles kwam samen. We waren gewoon in een ongelofelijk goede mood. Sowieso vind ik touren veel leuker nu we ouder zijn. Als je voor het eerst naar een nieuw land gaat, een paar shows speelt en wat mensen ontmoet, betekent dat niet meteen dat je een connectie met een plek opbouwt. Maar als je een paar keer terugkomt en hetzelfde doet, begint er iets te bloeien. 'Je ontwikkelt een gevoel voor een plek.’
Op de rem
Ook de onderlinge connectie tussen de bandleden is sterker geworden, ondanks de toegenomen fysieke afstand. ‘We zijn een stuk volwassener dan toen we net begonnen. We accepteren elkaar zoals we zijn, kennen elkaars gebruiksaanwijzing en weten dat daar niks meer aan gaat veranderen. Dat maakt het veel makkelijker om samen op te trekken.’
Hoe anders was dat in 2014, toen de band na zes jaar intensief spelen snakte naar een adempauze. Tot overmaat van ramp liep Zanger Erlend Øye ook nog tinnitus op. Het dwong de band tot een stop. Het viertal mag zich intussen weer samengepakt hebben, maar een moordend tourschema zit er niet meer in. Tegenwoordig worden de shows met zorg uitgekozen. Stiekem best fijn, volgens Daniel: ‘We spelen alleen maar wanneer we er écht zin in hebben. Je kan ons niet altijd zien spelen, maar áls je ons ziet, weet je dat we er allemaal heel goed in zitten, fysiek en mentaal.’ Marcin vult aan: ‘Die aanpak houdt het ook leuk. We spelen al twintig jaar dezelfde twintig songs, op precies dezelfde manier als vroeger. Stel je voor dat je dat het hele jaar door moest doen, dan zou ik gek worden. Wel bijzonder hoe dat werkt overigens: de chemie verdwijnt nooit. Soms hebben we jaren niet gespeeld, maar zodra we met elkaar in een ruimte zijn, vloeit alles terug. Je verleert het niet, net als fietsen.’ Daniel: ‘Klopt, maar je vergeet wel hoe fijn het eigenlijk is om te fietsen, de wind in je haren te voelen. Dan realiseer je je: ‘Wow, dit is zo cool!’

Vertragen
Eén van de bestemmingen in hun zorgvuldige uitgestippelde mini-tour is Vlieland: een plek waar de band warme herinneringen aan koestert. Marcin: ‘Zestien jaar geleden speelden we al eens op Into The Great Wide Open, ik kan me dat nog goed herinneren. Ik weet bijvoorbeeld nog dat er geen auto’s waren. Het heeft iets heel bijzonders om ergens te zijn waar alles op menselijk tempo gaat, waar je de tijd moet nemen om van A naar B te komen. Daniel: ‘Tijdens de show ging het aardig los, geloof ik. Erlend is zelfs nog het publiek in gesprongen. Ik kan me ook nog een kampvuur herinneren op het strand. Ik gleed op m’n billen van een duin af om bij het vuur te komen. Is dat legaal?’
Zwemmen in een kom bouillon
Naast Vlieland is er nóg een eiland met een bijzonder plekje in hun harten: Sicilië. Tegenwoordig wonen zowel Erlend als Marcin op het Italiaanse eiland. Wat er precies zo fijn is aan het eilandleven? In ieder geval niet de torenhoge benzineprijs en de bloedhitte, lacht Marcin. ‘Maar het is geweldig om de zee aan de horizon te hebben. Ik vind het belangrijk om heel diep in de verte te kunnen kijken, dat helpt me bij het relativeren van mijn dagelijkse sores. En zwemmen natuurlijk. Het is heerlijk om op elk moment van de dag een verkoelende duik te kunnen nemen. Alhoewel, zo koel is het niet. Het water is momenteel 30 graden - alsof je in een kom bouillon springt. Kun je een beetje zwemmen in de Waddenzee? Dat lijkt me een stuk aangenamer.’
Als we het duo vragen om een duik te nemen in onze soep van artiesten, blijft het even stil. Marcin, na paar seconden: ‘Ik ken echt helemaal niemand, haha! Waar zijn alle oude rotten!?’ Daniel: ‘Die twee gestippelde gasten heb ik weleens voorbij zien komen op Instagram. Angine de Poitrine. Hun concept is natuurlijk supercool, maar ik heb ze nog nooit langer dan een paar seconden horen spelen. Ik ben wel benieuwd of dat ook een uur lang leuk is.’ Marcin: ‘Vroeger waren we een stuk beter op de hoogte van wat er speelde, tegenwoordig kost dat wat meer moeite. Vooral hier in Sicilië, wat toch een soort culturele woestijn is. Maar daarom ben ik juist blij om naar een festival als dit te komen, waar veel relatief nieuwe, onbekende bands spelen. Ik heb zin om dingen te ontdekken!’











