De Rode Kabouter: Fortuna Vlieland en Brand brouwen een ode aan de vuurtoren

En Maartje Wortel schreef er een gedicht bij

2026

News

DATE

Voor het vijfde jaar op rij steken Brouwerij Fortuna en Brand de koppen bijeen om een biertje speciaal voor Into The Great Wide Open te brouwen. Na de Vlierefluiter, het Zeevonkje, Vuurduin en de Tijbreker, is er nu de Rode Kabouter. Een fruitig zomerbier, vernoemd naar de vuurtoren aan de Vlielandse horizon - binnenkort te proeven aan de bar op het festival. Schrijver Maartje Wortel reisde af naar Vlieland en beschreef haar ontmoeting met deze wonderlijke verschijning.

Waar we het zoeken moeten

Het licht uit de lantaarnkamer is er elke twee seconden wel/niet. 

Als het er is ben je wel/niet thuis. 

Twee seconden. Land. Twee seconden. Zee.

In het licht/donker van de vuurtoren zie je wel/geen rode kabouter in het zand. 

Dit bestaat /niet. 

De rode kabouter vraagt of je mee het pad op/af komt. Je denkt aan mensen/dieren/krachten/dingen/ die jou het pad op/af hebben gelokt. En of dat wel/geen geluk betekende. 

Er wordt gezegd dat je moet luisteren naar deze stem omdat je anders wel/niet verloren zal raken.

Iemand zegt: Ik ben al verloren. 

Een ander zegt: Ik ben nooit verloren. De rode kabouter zegt: ze hebben allebei gelijk en dat zijn geduld nu wel op is en of je nou wel/niet met hem mee komt. 

Je loopt wel/niet achter hem aan door het bos. Dierengeluiden. Een vallende tak. De rode kabouter vraagt of je kunt ophouden met dat wel/niet gedoe, met die gekmakende keuzes, zo wordt iets nooit echt een verhaal, zegt hij. Het begint of het begint niet. Uit die opmerking van hem haal jij wel/niet je gelijk. 

Jij vraagt op jouw beurt aan de rode kabouter of ie kan ophouden een rode kabouter te zijn. Een tegenreactie: hij zegt als ik ermee ophoudt een rode kabouter te zijn ben ik er alsnog.

 Je bedoelde het anders. Je wilde zeggen dat de manier waarop je bestaat een keuze is. Je bent/doet/denkt iets wel/niet. Ophouden te bestaan betekent dat je geen opties meer hebt.

De rode kabouter wordt pissig en stampt wel/niet met de voetjes op de grond. Alles bestaat, wordt er gezegd, en is altijd overal. Ook als je mij niet gelooft, zegt hij. Hij wijst naar de vuurtoren. 

Een gordijn schuift twee seconden wel/niet voor de lamp. Het eiland verschijnt. Het eiland verdwijnt. Jij blijft ondertussen wel/niet waar je bent en zegt dat iemand als de rode kabouter bijvoorbeeld een/geen gevaar is voor de maatschappij. 

Je kunt me wegdenken, maar dan ben ik er alsnog, zegt de rode kabouter. 

Hij lijkt genoeg van je te hebben. 

De realiteit ligt onder je voeten zegt hij, en loopt wel/niet van je vandaan. 

Je hem wel/niet gaan. 

Je snapt wel/niet wat je te wachten staat. Waar je ook terechtkomt: Je komt altijd/nooit meer weg. 

Twee seconden. Daar ben je. Twee seconden. Niet. 


NEWSLETTER

Receive POST, our newsletter about what moves, inspires, fascinates, or simply is fun.

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN

NEWSLETTER

Receive POST, our newsletter about what moves, inspires, fascinates, or simply is fun.

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN

NEWSLETTER

Receive POST, our newsletter about what moves, inspires, fascinates, or simply is fun.

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN

INTO THE GREAT WIDE OPEN