SIVK en de steen der wijzen
In gesprek met de designers in residence van 2026

2026
Interview
DATE
Werp één blik op de ontwerpen van SIVK, en je ziet talloze pixels vrolijk dansen voor je ogen. Kijk beter, en er verschijnen steeds meer stukjes Vlieland. Geluiden, details en bewegingen, letterlijk van het eiland geplukt en vertaald naar beeld met behulp van een wiskundige formule. Het doel: de toeschouwer met andere ogen laten kijken naar wat ze al kennen. Een gesprek met de beeldverstrekkers van dit jaar – over alchemie, wanorde en de doedelzak van Brìghde Chaimbeul.
Al eeuwenlang is de mensheid ernaar op zoek: de oermaterie, of prima materia. Sinds mensenheugenis wijden alchemisten als George Ripley en Nicolas Flamel hun leven aan de zoektocht naar die grijze homp klei waaruit de hele kosmos geboetseerd zou zijn. Over klei gesproken: Ilse van Klei en haar partner Bas Rellum behoren tot de nieuwste lichting alchemisten - niet opererend vanuit een afgelegen boshut vol borrelende brouwsels, maar een industrieel pand in hartje Rotterdam, omringd door stapels papier en inkt. Hier maken ze met bestaande elementen iets nieuws. Dit jaar verzorgt dit duo het visuele deel van de festivalcampagne van Into The Great Wide Open, een project waarvoor ze de wereld bekijken door een moderne alchemistenbril. Aan de basis van hun tintelende pixeldesigns staan de bewegingen en structuren van het ogenschijnlijk zo onverschillige universum. Ieder stipje zetten ze om de wereld beter te begrijpen, om de onderliggende patronen bloot te leggen die de blauwdruk vormen voor de wereld om ons heen.

‘Letterlijk alles beweegt volgens dezelfde wetten’, vertelt Bas. ‘Geluid, beeld… het is allemaal terug te brengen tot eenzelfde soort wiskundige golven. Dat is een enorm trippy en kosmisch gegeven. Het is ook precies wat ons inspireert: de patronen in de wereld om ons heen. Ik kan bijvoorbeeld dolgelukkig worden als ik door de stad loop en een scheur in het beton zie. Dan denk ik: dit zou ik zelf nooit mooier kunnen ontwerpen. De ultieme ontwerper is de natuur, wij beeldmakers imiteren haar alleen maar. En als dat dan lukt, krijgen we applaus.’
Ook voor dit project stond de natuur model. In het bijzonder Vlieland - het eiland waar het duo een diepe connectie mee voelt. Ilse belandde ooit haast per ongeluk bij de allereerste festivaleditie, en bleef voor altijd terugkomen. Ook Bas heeft een speciaal plekje in z’n hart voor het Waddengebied. Als geboren Groninger maakte hij in z’n jeugd geregeld de oversteek naar Schiermonnikoog, waar hij zelfs leerde lopen. Via Ilse raakte hij in de ban van Vlieland. ‘Ik vind het Wad magisch, hoe dubieus dat woord ook is. Het is er altijd prachtig, wat voor weer het ook is. Ieder kwartier kan de lichtinval weer nét een beetje anders zijn, waardoor je het op een totaal nieuwe manier ziet. Lucht, strand en water hebben er nagenoeg dezelfde tint, wat een enorme weidsheid tot gevolg heeft. En als er niemand in de buurt is, en je hoort in de verte een vogeltje - denk ik altijd: ik ga nooit meer terug. Laat alles maar zitten.’

In alles wat het duo voor het festival maakt, komt het eiland terug. Hun gespikkelde designs ademen letterlijk Vlieland. Ilse: ‘Alles wat je ziet is direct van het eiland geplukt of uit de muziek gehaald. We wilden de bewegingen van het eiland vangen, in de breedste zin van het woord. Niet alleen de zee, maar ook geluidsgolven en de wind. We hadden een wensenlijstje met dingen die we wilden opnemen, die we letterlijk zijn gaan oogsten op het eiland.’
Dat oogsten gebeurde tijdens een residentie in maart. Een week lang struinden Ilse en Bas door de duinen met camera’s, projectoren en audiorecorders. Ze experimenteerden met projecties, beklommen de vuurtoren en lagen in het wuivende duingras, om zoveel mogelijk eilanddetails te vangen. Toen hun verlanglijstje eenmaal compleet was, trokken ze terug naar Rotterdam voor de volgende stap: alchemie. De veldopnames vertaalden ze naar vorm via de ‘dithering’-methode: een wiskundige omzetting van beeld of geluid naar een grid van puntjes. Deze techniek vormde de basis van al hun ontwerpen. ‘We hadden één beeldtaal nodig die zowel de beelden als de klanken kon visualiseren. Dithering leende zich daar fantastisch voor. Geluid wordt omgezet in een visueel spectogram, waardoor je de klanken als het ware kan ‘bekijken’. Een soort synesthesie bijna. Enorm interessant om te zien hoe sommige muziek een heel opmerkelijke fysieke structuur heeft. Die doedelzak van Brìgde Chaimbeul bijvoorbeeld, die produceert een soort blokjes die je bij geen enkele andere artiest ziet.’ Bas vult aan: ‘Dat kan ook helpen om de muziek beter te begrijpen. Is het veel herrie, lange of korte tonen, of juist heel ritmisch?’

Door bestaande elementen op een andere manier te presenteren, hopen Ilse en Bas dat mensen met hernieuwde aandacht kijken naar wat ze al kennen. Bas: ‘We waren op zoek naar de juiste mix tussen begrijpelijk en onbegrijpelijk. Als iets te vaag is, wordt het ruis, maar als het te direct is, wordt het saai. Het is pas fascinerend als je niet precies weet waar je naar kijkt, maar wel voelt dat er een dieper soort logica achter zit. Het is bijna een metafoor voor het leven zelf: er is iets groters aanwezig - maar we kunnen er nét niet bij.’
De pixels van Ilse en Bas dansen precies in het grijze gebied tussen herkenbaar en vervreemdend, en passen daarmee perfect in het overkoepelende kunstthema van dit jaar: wan/orde. Puur toeval, volgens Ilse: 'Toen we begonnen met ontwerpen, wisten we helemaal nog niet dat dit het thema van de kunstroute zou worden. Maar onbewust raakt het precies de kern van wat we gemaakt hebben. Of misschien is het geen toeval. Misschien is het wel heel logisch, omdat het leven gewoon zo in elkaar zit.’


















