Door Marjolijn Boterenbrood

Op verzoek van Into The Great Wide Open is beeldend kunstenaar Marjolijn Boterenbrood op Vlieland om onderzoek te doen voor een project in 2021. Haar werk is altijd het gevolg van onderzoek naar een plek: een park, een vallei, een stadsdeel of een eiland. Ze ziet haar werk als een proces van verzamelen, wroeten, spitten, zaaien, mesten, laten groeien, uitbroeden, oogsten, vieren doorgeven en delen. Een eiland is met z’n begrenzing en relatieve isolatie een bijzonder onderzoeksgebied. De uitdagingen waar Vlieland voor staat, de kwetsbaarheid in deze tijd van zeespiegelstijging zijn dringend en actueel.

Ze start met 'veldwerk'. Ze gaat op zoek naar fenomenen van het eiland, naar wind en storm, het zoute water, getij, golven, regen, micro-organismen in de grond. Met als doel een beeld te krijgen van processen van het eiland en de betekenis ervan voor bewoners. In gesprekken met de boswachter, de marinebioloog, de imker, de taxichauffeur, de ecoloog en de militair praat ze over de betekenis die het landschap voor hen heeft. Hoe verbinden zij zich met het landschap, wat is hun kennis? Wat horen, zien of proeven zij? Hoe geven zij betekenis aan hun omgeving? Met de schrijfster Vonne van der Meer - in haar oeuvre zijn een aantal boeken gesitueerd op Vlieland - gaat ze een samenwerking aan zodat een poëtische taal deel wordt van dit veldwerk. 

Hoe trekt het landschap van Vlieland zijn sporen? Letterlijk wil ze proeven doen met de materie van het landschap - zout, aarde, zand, klei, wier, was en honing. Ze wil experimenteren met drijvend papier in de golven, met textiel dat ze in de bosgrond begraaft, met houtskool dat de woeste wind noteert. Om zo te proberen te ontdekken hoe de fenomenen - golven, wind - een eiland-oeuvre kunnen maken. 

Haar vorige projecten. Het proces van de Partituur van Zoet en Zout 2015-2018 onderzoekt het landschap van Schouwen Duiveland en de ervaring van leven met zoet en zout van dit eiland. Ervaringen van onder anderen de mosselvisser, de boer, de duiker, de ecoloog en de bijenhouder. In dit project liet Boterenbrood haar werk direct beïnvloeden door wind, zout kwelwater en klei. Met haar laatste residentie - in 2019, in Knockvologan op het eiland Mull in Schotland, bij Miek Zwamborn en Rutger Emmelkmap, eilandkunstenaars van Into The Great Wide Open in 2018 - vroeg Boterenbrood zich af hoe ze nog directer vanuit het landschap werk kon laten ontstaan. Ze zocht manieren om ervaringen van het geweld van storm, regen, de beweging van de golven en de deining, steenhard graniet en het zachte veen zo direct mogelijk vast te leggen. 

De komende tijd reist Boterenbrood meermaals naar Vlieland om aan dit project te werken. Hieronder houdt ze nauwgezet haar ervaringen bij.

Blog 2

3 september: Strekdammen als voelsprieten van het eiland
Misschien klopt het aantal net niet helemaal maar ik telde 68 strekdammen. Antennes in zee die zich twee keer per dag komen tonen bij afgaand tij.




2 september: Levend Wad
Ochtend met eb. Het wad is dicht bevolkt. Het pruttelt, sprietst, bubbelt, zompt en zuigt. Het wier lispelt. Oesters produceren fonteintjes en schelpen spugen zeewater van onder het zand tot hoger dan m’n knie. M’n voeten voelen veel verschillende soorten oppervlak van het wad: gladde glibberige klei waar je op wegglijdt, harde van schelpen krakend en knarsend,  glijdende, natte, zanderige, wierige, stevige, tussen je tenen opgulpende klei, vette, sponzige, klei zo zacht dat je er helemaal in wegzakt en je schoenen achterblijven in de onderlaag van pikzwart slik. Zagers werken zand omhoog in mooie slierten. Alikruken gaan langzaam algen etend voort. Zandpijpjes steken hun schild de lucht in. Gapers (door ‘Jan de pierenman’ ook wel zeikers genoemd), kokkels en mossels werken aan het filteren van water. 





1 september: Helmgrastekeningen
De scherpe uiteinden van het helmgras zwieren in de wind. Dat zwenken poog ik vandaag vast te leggen.



31 augustus: Huid van het eiland
Op m’n wandeltochten over het eiland kom ik de mooiste oppervlakten tegen. Verschillende structuren met steeds andere texturen.


30 augustus: Eiland als atelier
Het wad en het duin zijn m’n atelier. Ik werk vanuit het ‘dijkhuisje’, maar het werk ontstaat  buiten. 


Abelentekening  
Hier doop ik de topjes van de mooi in de wind wit zwiepende zilverabelenblaadjes in de inkt. Om de tekening te maken.







29 augustus: Stormtekeningen
Gewapend met papier op een plaat hout, touw en houtskool ga ik het Vuurboetsduin op om in de volle wind de zwiepende naaldbomen tekeningen te laten maken. 






28 augustus: Met sterren verlichte schelpenpaden
Twan Harmsen komt al bijna zijn hele leven op Stortemelk, kamperen in de De Waard-tenten, ‘met de kont in de wind’. Hij herinnert zich levendig dat hij als klein kind een enorme groene sprinkhaan zag, met een gebaar van zijn handen geeft hij meer dan 20 cm aan. Hij voelde vrijheid, ‘s nachts de weg terug naar de tent zoeken over de door de sterren en de maan aangelichte schelpenpaden. Met een rubberbootje een zeehond tegenkomen. Hij beschrijft de winter op het eiland mooi: “Het eiland klapt naar binnen toe. De mist, de regen maken het eiland kleiner. De beschutting van het bos. Dan zie je wat ‘t waard is: vier bakstenen muren en een dak."




27 augustus: In de waait open
“In de waait open, ’t lijken wel Duitsers, ze bezetten je eiland, je mag er niet in, je moet nog betalen ook. Ik loop gewoon door”, zo praat Jan Soek, de zeepierenman, over het festival dat dit jaar niet doorgaat door corona.




26 augustus: De visser en het tij
Op het wad zie ik een visser met netten aan ‘t werk. Ik volg hem op de fiets naar de haven. Max Hogerman is staandwant-visser. Hij vangt harder en zeebaars op het wad. “Het tij is m’n klok, dat is het enige dat telt. Met volle maan vangt niet best, afnemende maan is goed. Als je de vis uit het net haalt moet je nog uitkijken, ze slaan je zo voor de kop. M’n collega ging knockout van een klap van een harder. Soms springen ze zo uit ‘t water weg, dan ben je kaduko. Harders komen steeds noordelijker met ‘t opwarmen van de zee, over twintig jaar hebben we hier ook kreeft, zoals in Zeeland."




25 augustus: Wadslik-tekening
Zuidenwind vandaag, sterke geur van zout water. Bij noordwesten wind ruikt het naar dennenbos. In alle vroegte ga ik bij eb het wad op. Met een bewerkte lap stof onder de arm om de tekening met het slik van het wad in de smeren. Te midden van alle vogels om me heen. Vette klei. Ruikt goed. 






24 augustus: Regenkaart van Vlieland
Het stormt vandaag minder, eindelijk hoor ik de vogels ook bij eb. Ter voorbereiding van de eerste tekeningen rasp ik houtskool tot poeder. De poeder strooi ik op de tekening. De regen zet ‘t vast. Bij bui 7 tussen 11.48 en 11.49 ontstaat tekening 1. Met bui 9 en 10  tussen 11.55 en 12.03 ontstaat de regenkaart van Vlieland. 






23 augustus: Zeesla voor de wierkaas uit de bunker
Nils Koster, de kaasmaker is naar eigen zeggen ‘gestrand’ op Vlieland. Hij maakt zijn kaas op de vaste wal en hier rijpt de kazen in de bunker bij de vuurtoren. Van 1953 tot 2011 was de bunker op het Vuurboetsduin drinkwateropslag. Voor die tijd pompte men water op uit (eigen) putten. Toen het waterbedrijf een andere opslag bouwde kon Nils de bunker gebruiken. De zeewierkaas vind ik ongelofelijk lekker. De zeesla wordt hier met de hand geoogst en daarna koud gedroogd.  Het schijnt erg gezond te zijn met veel ijzer, mineralen en vitaminen. De bierkaas is ook erg goed, gemaakt in samenwerking met de bierbrouwerij hier.




22 augustus: Zeepieren 
Jan Soek steekt al zijn hele leven zeepieren. Hij is nu 79, hij was visser. Op steurgarnalen in Engeland. “Daar zag ik orka’s. Prachtige beesten. Ze zwemmen met grote families bij elkaar."

Jan komt van Den Helder. Al op zijn 15e stak hij pieren op ‘t Balgzand. Daar werd tussen de Wieringers, Texelaars en Helders werd gevochten, “wilde gasten, bajesklanten, veel praatjes, ze pikten je emmer met pieren en zagers. Een mooie tijd. Ik verdiende er meer mee dan mijn vader verdiende bij de genie, als zeilmaker. Als ‘t vriest bevriezen de slikzagers, dan worden ze direct slijm.”

Het Tij
“Van het tij kan je niets zeggen. Ook al kunnen ze het tij van over honderd jaar precies uitrekenen en van honderd jaar geleden, maar over het weer weten ze niets. Met oostenwind kan het wad een etmaal droog blijven, met westenwind staat ‘t steeds vol water. Ik heb wel meegemaakt dat er 25 cm water aan kwam rollen. Ik moest hollen. ’t Weer maakt ‘t tij."






21 augustus: Atelier van Betzy Akersloot Berg
In het atelier van Betzy Akersloot Berg aan de Waddijk voel ik mij een gelukkige artist in residence. Ik mag hier dagenlang over het wad uitkijken en alle licht en tij verschijnselen volgen. Ik hoop enigszins in haar voetsporen te treden. Zie deze foto van Betzy rond 1910, werkend op het strand in de storm, zuidwester op, kwasten in de hand. Ook mijn werk speelt zich af in de natuur, buiten, met de omstandigheden. Regen, storm, golven zullen hun sporen tekenen. Lees meer over Betzy Akersloot Berg’s werk in Mister Motley.



Blog 1

26 juni:
Met plastic bezaaide stranden
De stranden lagen, na de noordwesterstorm in januar 2019, bezaaid met plastic troep, sandalen, my little pony’s, kuipstoelen, fleecedekens. Jutten was niet leuk meer, opruimen was weken werk. Aant van der Veen haalde meer dan 1200 plastic kinderjasjes van 't strand. Vandaag verscheen er het rapport over de ramp met de MSC Zoe. De kranten staan er vol mee. Er rolden die nacht in de storm 342 containers met meer dan drie duizend ton lading van het schip voor de kust van Vlieland, Terschelling en Schiermonnikoog. De hoofd scheeps-route van en naar de Oostzee loopt hier, vlak boven de Waddeneilanden. Containers vol met giftige troep belandden in het water: een met Benzoylperoxide, een met 1.400 lithium-ion batterijen en een met 22,5 ton piepschuimbolletjes die nu nog steeds teruggevonden worden op de kusten.

25 juni: Volstrekt onbewezen geneeskrachtig
Met het water uit de enorme zoetwaterbel onder Vlieland brouwt de Serviër Bojan Bajic bier. Op de plek waar hij zijn eigen bron boort vond hij in het zand een stuk glas van een eeuwenoude wijnfles op met Vrouwe Fortuna erop. Godin van het lot. Dit werd de naam van het bier. Met subtitel: volstrekt onbewezen geneeskrachtig. Vanaf 1991 verhuisde Bojan met zijn vrouw Editha van asielzoekerscentrum naar asielzoekerscentrum. Sinds 2001 zijn zij op Vlieland. Van fietsenmaker, kapper, stratenmaker is hij nu behalve bierbrouwer ook ijscowinkelhouder, curator van het filmhuis Podium Vlieland, eigenaar van het mobiele hartjesmuseum en openlucht bioscoop organisator. Eens leefde hij zes dagen van alles van het eiland: pruimen, appels, bramen, duindoorn, zevenblad, rozenbottels, vlierbessen, lamsoren, oesters, kokkels, mossels, bot en bier. Hij viel 5 kilo af.

24 juni: Bruidsvlucht van de bijen
Imker Jan den Ouden heeft een rustig volk. Daarom kwamen er deze week 300 koninginnen van de wal om hier door zijn darren bevrucht te worden. De mannetjes dansen in de lucht. Dat trekt de moer aan. Zij laat zich door zoveel mogelijk darren bevruchten. Dan heeft ze voor haar hele leven genoeg. Over twee weken gaan de koninginnen bevrucht en wel naar de wal terug. Dienstverlening aan 't vaste land. Zelf heeft hij acht volken. In het dorp en in Bomenland. Eigenlijk is het hier nogal schaars wat nectar betreft. In de duinen bloeit niet veel van hun gading. In het vroege voorjaar halen de bijen de nectar uit de bloeiende berk,, voorjaarswilg, krokus, sneeuwroem, paardenbloem, later in het jaar: braam, esdoorn en lamsoor.

23 juni: Voor de kust gezonken schepen en een houwitser
Dirk Bruin kent het eiland op zijn duimpje. De stromingen rond de haven kende hij doordat hij al jong met z’n bootje naar de zandplaat de Richel ging. Hij speelde al vanaf zijn tiende jaar in bunkers en uitgebrand tanks op het militaire oefengebied. Dirk al vanaf heel jong geïnteresseerd geweest in de geschiedenis van het eiland. Hij dook naar voor de kust gezonken schepen, schreef brieven naar de Royal Airforce om contact te krijgen met een vliegenier die op Vlieland gevangen was genomen, correspondeerde met Finse militairen om een in beslag genomen Russische houwitser te kunnen bemachtigen en met op het eiland gestationeerde Duitse mariniers. Al die rijkdom aan kennis, verhalen, documenten en verzamelde objecten brengt hij samen (met anderen) in waddencentrum de Noordwester en het Bunkermuseum.

Duinpan
Om het rood van de kim de hele nacht te blijven zien terwijl de sterren schijnen, het zand door je haren, oren en slaapzak te voelen stuiven en om de zon achter Terschelling weer tevoorschijn te zien komen, slaap ik in de duinen. Een continue dreun van scheepsmotoren rondom en stille zwevende meeuwen boven me. In de vroege ochtend krijgen de sterns het zwaar met hun eigenwijze jongen waarop kraaien en meeuwen azen.

22 juni: Koolmezenonderzoek
Met Jan de Ouden mag ik mee mezen ringen. Hij weegt, meet en ringt ze. Jan doet mee aan een landelijk onderzoek naar koolmezen van het Nederlands Instituut voor Ecologie. Er hangen dikke wolken dansmugjes maar dat eten ze niet, te weinig eiwit. Ze willen dikke vette rupsen aan hun broedsel voeren. Er zijn nu rond de 250 nesten, twintig jaar geleden nog maar de helft. Jan vertelt dat 't met de Wulp en de scholekster niet goed gaat. ‘Door hoe wij met t land omgaan’.

21 juni: Verend mos en stenen
Nog nooit heb ik vrijwel geluidloos over zulk zacht verend mos gelopen. Afdalend van de vuurtoren door een doodstil Vuurboetduinbos naar de waterlelievijver. Langs open landjes met stevige hekken met stenen contragewichten. 

Het wad liert
Het is doodstil. Geen wind. Willem Jan Otten vertelt over zijn eerste ervaringen van aankomen op Vlieland op z’n veertiende: “Het schetterde van de scholeksters. Het was laag water, het lierde. Daarna de overgang naar absolute stilte van de nacht toen het donker werd. Soms hoorde je de hele gang van de  brommer van het Posthuis tot in het dorp. Het laag water èn de branding horen, je oren gedragen zich dan als ogen, ze horen steeds verder, de ruimte wordt groter.”

Vonne van der Meer vertelt over aankomen met de boot en weer de geur ruiken van het wad bij eb. Dat brengt beelden terug van met blote pootjes zompen tussen de bewierde pieren.  “Als ik van de boot afloop komen de herinneringen, 't zijn markeringen van momenten in je leven. Als het warm is de geur van hars, dennen, 't zout en 't zand. Er zijn weinig plekken die ik zo mooi vind.”     

We zwemmen met een zeehond.

20 juni: Drenkelingehuisje
Laat op de dag hobbel ik met de 8 bandige-expeditie-wagen mee naar het zuidwesten, naar immense ruimte van de Robbenbol. De Robbenbol ligt op de Vliehors. De Vliehors is de grootste zandvlakte van Europa, zeggen ze hier. Het lijkt woestijn. Het is militair (NAVO) luchtmachtgebied maar in het weekeinde wordt er niet geschoten of gebombardeerd. Vogels schijnen zich van al dat militaire geweld niets aan te trekken en broeden daar. Het is ook op een ander niveau gevaarlijk gebied. Drijfzand. Slenken en onderzandse meren verschuiven of verplaatsen door stroming en stuifzand. Daar kan je stevig in vast komen te zitten. 
Het drenkelingenhuisje op palen heeft naar verluid al honderd mensen het leven gered. En mooie staketsels van niet meer gebruikte landingssteigers van de boot van Texel.

Jutten
Iedereen jut hier. Aant van der Veen vertelt dat hij op een dag beslist niet naar school te gaan want er ligt van alles op de vloedlijn. Een uur later ziet hij ook zijn leraren op het strand. De gekste dingen spelen aan. Bananen, bouwhelmen, wijnvaten (vroeger), ooit strandde er een Pools schip met gerookte ganzen en ossetongen, kisten met sinaasappelen, bergen kinderjasjes, stoelen, my little pony’s, kunstgebitten, zakken vol hazelnoten (een keer vlak voor kerst), sigaretten van het merk Hollywood, grote hoeveelheden vacuum getrokken blikken havermout. En met de laatste container-ramp ook gif.

19 juni: Steppelandschap van de Vallei van Vianigh
Door leeuweriken begeleid fiets ik tegen de wind in. De duinen zijn wit gespikkeld door meeuwen. Tussen wat geiten door loop ik in een adembenemend onhollands, steppe-achtig landschap, de Vallei van Vianigh. De bomen zijn gehavend en gekromd door de wind als Dividivi-bomen op Curacao. Waaibomen. Heel Hollandse eendenkooivijvers verderop. Die afwisseling van totaal verschillende landschappen.

18 juni: Achter Neele Meu’s Nol
In de stromende regen loop ik met Anke Bruin Kommerij  van Staatsbosbeheer door verder doodstil bos: Achter de Veldkaap naar een open plek, voor haar een mythische plek: Achter Neele Meu’s Nol. ’T Is hier warmer. Lage begroeïng, hei, veenbessen, mossen, grassen, tormentil, berkjes, ’t vlees etende plantje zonnedauw en veenpluis.  Door de Ruige Plak weer terug. De regen tokkelt op de droge grond. Er was nooit bos. Vlieland was zand en duin. Na 1930 zijn dennen aangeplant, zee-den, Corsicaanse,  grove- en de kleine berg-den.  Nu is het beleid anders, geen dennen erbij, meer loofbomen. Het heeft  veel meer vogelsoorten gebracht. 

17 juni: Ademend Wad
Met eb zomp ik op luttele meters afstand van de Dorpsstraat, over de zeebodem, langs de oester- en mosselbank over kokkels, strandgapers, zeepokken, kokerwormen, wadpieren, rode draadwieren en bacteriën. Het bubbelt, pruttelt en knispert. De oesters spugen fonteintjes water omhoog. De (anaerobe) bacteriën laten zwavelachtige gassen los, 't stinkt heerlijk. Een enorme biomassa onder m’n voeten. Alles is voedsel voor de vogels. Over de Noord-Atlantische trekroute trekken vogels van de Arctische gebieden van Siberië tot de kustgebieden van West- en Zuid-Afrika. 

Lars Kuijpens, marinebioloog, leert me overeind blijven en voortbewegen in het zuigende slik. Dit wad is een van de voedselrijkste wateren ter wereld, kraamkamer van schol, bot, tong en haring. De laatste wildernis.







16 juni: Atlantikwall, bunkers in de duinen
Door diep in het duin ingegraven schuttersgangen loop ik op ooghoogte tussen zand en helmgras. De schootsvelden van de bunker Wn (Wehrmacht nest) 12 h zijn op zee en wad gericht. De kanonnen moesten vliegtuigen neerhalen. Vrijwilligers hebben de door zand bedolven bunker volledig uitgegraven en hersteld. Alles is blond, de schutkleuren van de bunker moeten speciaal gemaakt worden voor in het lichte duingebied, de gewone zijn te donker. In het begin van de oorlog werden reservisten ingekwartierd bij de Vlielanders (meer dan 800 op 700 inwoners). Het hele eiland werd Sperrgebiet. Deze ploeg werd jaren later naar het Oostfront gestuurd. Ze lieten hun spullen hier achter in de hoop terug te komen. De overlevenden belandden in krijgsgevangenschap in Siberië. De tweede ploeg kwam van het oostfront. Getraumatiseerde mannen. 



15 juni: Voor Vlielands kust gezonken schepen en verdronken dorpen
In Harlingen ruik ik, bij het uitstappen na de rit uit Amsterdam, het zilt van de zee. Aan de wal op Vlieland is een overweldigende rozen- en dennengeur. Je blijft de rozen ruiken over het hele eiland. De 'poort' naar het dorp is een coupure in de dijk. Daar kunnen bij heel hoog water balken in gezet worden. Vanuit het schelle zeelicht loop je door de 'poort' het donker in van de door bomen overschaduwde hoofdstraat.

In het Tromphuis vertelt directeur Peter Schalk mooie verhalen over voor de kust gezonken schepen gevuld met goud en zilver, uit Engeland. Goudstaven die her en der nog op het eiland te vinden zouden zijn, over het verdronken dorp West Vlieland, Vlielanders op walvisvangst en over de kerk met walviskaken als grafmonumenten.